Stelling  van tuinarchitect W. Reynders: "Ik vind dat de groene vakwereld veel meer standaardtuinen zou moeten verkopen. Goed voor de klant die snel resultaat wil zien en voor de tuinaannemer die niet langer telkens opnieuw het wiel hoeft uit te vinden.”

 tegenreactie van Roeland Vranckx:

Devalueer onze titel niet.

Geachte meneer Reynders,

Staat u mij toe het een en ander uit te lichten? Enerzijds staat u al meer dan 30 jaar in het groenvak, runt u een groot hoveniersbedrijf en krijgt u daarvoor mijn oprechte felicitaties. Anderzijds moest ik echter behoorlijk diep slikken bij uw overtuiging en gedurfde uitlatingen. “We verkopen op een ouderwetse manier”. Pardon?

U wil uw cliënteel een boek voorschotelen met modeltuinen, fraai ingekleurde schetsen, foto’s en  ander visueel schoon, waaruit ze vervolgens een ‘tuin’ selecteren. Zoals iemand een geboorte- of kerstkaart kiest bij de drukker… U verkoopt ‘sferen’ en geen ‘tuinen’. Welke kansen krijgt onze verbeelding nog als we enkel maar een portfolio met een dozijn ‘toontuinen’ moeten samenstellen? Een tuinarchitect hoort zich te richten op steeds wisselende geologische omstandigheden, de wetten der fysica en de specifieke aarde ter plaatse. Een kok die zijn spijskaart nooit wijzigt naar de verschillende jaargetijden is de naam van chef ook niet waardig.

In wezen draait tuinarchitectuur niet rond meesterlijke tekeningen, knappe en vaardig uitgewerkte perspectieven, die een lust wezen voor het oog. Het draait echter om de ruimtekunst die daarachter steekt. Er zijn uitmuntende tuinarchitecten die met hun werk de kwalitatieve toon aangeven en die niet eens behoorlijk kunnen tekenen. Zij verdienen meer eer, dan bedrijven die werken met een omgekeerde logica. Daarnaast zijn er tuinarchitecten, die gewiekste tuinen, zelfs hele parken kunnen (laten) schetsen als ware ze Picasso, maar van tuinkunst geen flauw benul hebben.

Een tuinplan moet in de eerste plaats een expressie zijn van een levensgevoel, een getuigenis van een geestelijk bewogen scheppingsdaad. Het is het lot van de tuinarchitect om zijn vak te handhaven als een ruimtekunst, niet als een tuinfabriek, laat staan een ‘tuinIkea’. Een tuin is geen prefabproduct dat aan de lopende band kan worden vervaardigd, en hoegenaamd niet ‘op voorhand’ kan worden gemodelleerd. Een tuin is geen bouwwerk. Een tuin is meer dan enkel materie. Tekenwerk moet een heilig huisje blijven. ’t Is net de scheppingsharmonie, die we in elk project proberen aan te boren, die satisfactie geeft. De ongeschminkte schoonheid van een met de rotring uitgetekend tuinplan... Met planten en harde materialen moeten we omgaan als een banketbakker met zijn deeg. Onuitputtelijk in het vinden van nieuwe vormen, altijd wisselend van visie, immer bij onvermoede prestaties van het materiaal terechtkomend.

Ik ken weinig goede historische voorbeelden en huidige evoluties van ‘standaardisatie’ die kwaliteit in de gunstige zin hebben beïnvloedt. U beoogd een vereenvoudiging van de tuinarchitect vs cliënt communicatie en wint daarbij aan kwantiteit. Dit is geen idee van een gepassioneerd tuinarchitect, maar van een bedrijfsleider die streeft naar specialisatie en winstmaximalisatie. In dat concours zal onze nu oh zo gediversifieerde en unieke tuinwereld snel uniformiseren en vergrijzen. Prefabricage van een tuinunicum bestaat niet!

Uw zoon, waarmee u ‘de Tuintekenaar’ runt, is geen tuinarchitect maar een informaticus. U stelt dus geen tuinarchitect aan het werk, geen graficus, geen vormgever, maar iemand die vlot is met computertaal en 3D-presentaties. Daar knelt het schoentje al … Oké, we leven in een beeldencultuur en zijn met zijn allen enorm beïnvloedbaar. Beelden spreken, manipuleren en overtuigen. Meer dan woorden.

Maar zulke bedrijfsvoering houdt een aanzienlijke vervlakking in. Beeld en vorm boven inhoud. Het klinkt wel lekker, de explode views, de 3d-looks, de lightning plans,… en prikkelen doen ze zeker. Maar in wezen zijn het steriele spelletjes die bedriegen en beliegen. Het gaat net niet over deze beeldende spelletjes en smetvrije ontwerpplannen. Tuinarchitectuur is een bouwkunst en gaat over het boetseren met ruimte, het grijpen naar het onvatbare van licht, lucht en ruimte, over visionaire ordeningen, mijmeren en fantaseren. Architectonische extase. Vrije verbeelding.

Uw vergelijking met Ikea is herkenbaar maar doet uw concours de das om. Het lijkt origineel. Maar Ikea is massaproductie en uitbuiting. Goedkoop design. En laat ‘design’ nu net hét containerbegrip zijn van het laatste decennium. Exclusiever dan de dagtrip naar Ikea, is het afdweilen van tweedehandswinkels. Het enorme succes van de Kringloopwinkels de afgelopen jaren, erg in trek bij jonge mensen, verklaart dat men verlangt naar exclusieve, charmante én unieke rekwisieten en niet perse een modelinterieur wil copy pasten uit een catalogus. Mensen trekken die lijn ook in tuinen door.

U stelt dat ‘’de klant kan binnen mijn concept bepaalde tuindelen naar eigen inzicht invullen, bijv. een zandbak naar een kruidentuintje’’. ?. Een tuinarchitect die redeneert dat een zandbak gelijk staat aan een kruidentuin qua inplanting, grootte, ruimtewerking…, faalt.

U mikt op tuinaanleggers, die bij u komen aankloppen voor een tuinontwerp en wil alsdusdanig een vast netwerk uitbouwen. Uw concours is een marketingstunt.

Een reis boekt men aan de hand van plaatjes in een brochure, volgens een vaste prijs of all-in-formule. Een tuin niet. Elke tuin, elke klant vraagt net om een specifieke formule. Ik laat mijn vak daarom nog een ambacht blijven en kies voor deugdelijkheid. Ik neem zelf de pen en schop ter hand en mik op kleinschaligheid. Want ervaringen uit het verleden tonen aan dat men meestal enkel zo het hoofd boven water houdt en enkel op deze wijze de klant het hof kan maken. 

Architectuur is een vak van prestige. Je tracht te werken naar de top, met veel financiële opgaven probeer je een zekere status te behalen. Met het maken van tuinen die je naam geven...  Devalueer onze titel niet.

a2hs_explain
a2hs_tap
a2hs_then