DE SCHONE SCHIJN VAN DE KANDLA GREY

Tekst en fotografie: Roeland Vranckx

 

“Kandla grey. Dat vinden wij supermooi”, zeiden ze in koor.

Nu, maanden later, leggen we oprit en terras aan bij hun pastorijwoning. Belgen kiezen vaak voor deze nostalgische bouwstijl. Als paddenstoelen grondvesten ze zich hier, die lookalikes met onze vroegere burgerijhuizen. En daar horen nu eenmaal traditioneel getinte verhardingen bij. Geen oude Belgische kassei, waar ons landje zo voor geroemd. Neen, we zien alsmaar meer heil in de nieuw ontgonnen platine.  

 Gebrom vermengt zich met ons ritmisch kasseigetik: de buurman rijdt zijn sportauto defilématig de garage uit. Mijn compagnon, autofreak, smelt. Hij laat stante pede zijn kasseihamer vallen, tolt de ogen en dramt simultaan een lijstje af alsof was het een examen: “580pk’s, V8 motor, 100m in 3.2seconden,,…”. Zijn geile praat eindigt met een filosofische toets : “Met het kloppen van kasseien krijg ik die slee nooit betaalt.”

“Weet jij waar deze kasseien vandaan komen?”, repliceerde ik, al rustig verder tikkend. “Uit India, maatje. En gekapt door kinderen”, terwijl een tv-reportage die ik eerder zag, voor m’n netvlies flitst. Die documentaire bracht, vreemd genoeg, geen golf van verontwaardiging teweeg. De volgende dag werden er weer lappen vol kandla’s getikt. En ik doe het net zo.

 Grote ontginningsbedrijven in India vernielen landschappen en dumpen hun steenresten in de krottenwijken. Kinderen, velen niet ouder dan 8 jaar, zitten niet op de schoolbank, maar blootvoets op de grond. Zo behendig als een aap, stuk steen tussen de voeten gedrukt, maar onbeschermd.  Met een schamel hamertje kappen ze dagelijks een 100-tal platines. Open wonden en blaren tekenen zich af op handen en voeten. Elk minuscuul stukje steen, waar nog een platine in vervat, krijgt een tweede leven. 2 roepies (€0.03) per kassei.

 “Wij dragen hier rubberen knielappen, dubbel gelaagde handschoenen en kalfslederen laarzen,… Dus zo slecht hebben we het niet toch?”

Mijn compagnon kijkt verbijsterd, knielt en gaat broederlijk verder aan het tikken. De Mercedes lijkt op slag lucht.

 Als tuinaannemer werken we liever niet met materialen waaraan bloedgeld kleeft. Het gelach van onze baksteen in de maag betalen de Indische kinderen. Zij ondervinden de “bloed, zweet en tranen” in letterlijke zin. Doel- en eindeloos.

Dit gaat niet enkel op voor India. Ook de Chinese arduin, Vietnamese hardsteen,… gaan jaarlijks in tonnen overzee richting Europa.

Het is een beetje de hypocrisie van het westerse kapitalisme: het onmenselijke gebeuren is ver van ons bed van zodra we zelf voor deze producten kiezen. Op onze keuze staat geen maat: “We wensen een mooie en betaalbare oprit.”

 Ons landje is echter wereldbekend om zijn gebakken kleiproducten, blauwe hardsteen, graniet, leisteen en kassei. Is het onze plicht niet de klant in te lichten, ze videobeelden van de kandla-ontginning te tonen? Hen hierbij ook te wijzen op de eco-voetafdruk die de import van de dubieuze tegenhangers teweeg brengt? De milieubelasting is immens: tientallen transporten met vrachtwagen, heftruck, bulldozer en schip gaan de uiteindelijke plaatsing vooraf.

Zou de klant onze oprechtheid dan niet op prijs stellen en ons belonen met extra vertrouwen? Of primeert de zekerheid en het eigenbelang omdat we de jaarbalans met een plus moeten beklinken?

 Overheden moeten onduurzame ontginningen afremmen en de afname van lokale producten, afkomstig van eigen bodem, aanmoedigen. Dat er heden in eigen land nog pleinen en straten worden geplaveid met de pendanten uit het buitenland tart de verbeelding. Laat dat al ophouden.

a2hs_explain
a2hs_tap
a2hs_then