GEVELTUINEN

Geef de natuur een plek in je straat

tekst en fotografie: Roeland Vranckx

Geen enkele regio ter wereld heeft zo ’n grote bebouwingsdichtheid als Vlaanderen. Onze bouwdrift resulteert in alsmaar meer woningen die de oppervlakte van Moeder Natuur verdringen. Appartementsgebouwen rijzen als paddenstoelen uit de grond en de trend waarbij voortuinen volledig worden beklinkerd viert hoogtij.

Met een geveltuintje kan je de vaak kaal, grijs en saai ogende straatwoestijnen een groene impuls geven en omtoveren in een groen en fleurig geheel. Het aanleggen van een geveltuintje is kinderspel, allerminst onderhoudsintensief en kost bijna niets!

Hoe leg je een geveltuintje aan, welke planten staan mooi in een geveltuin, en welke wetregels gelden er? U leest het hier…

 

WAT?

Een geveltuintje is een stukje groen dat tussenin de gevel van de woning en de straat staat ingeplant. Door simpelweg één of enkele trottoirtegels te lichten, komt er ruimte vrij voor een geveltuin.

Het groenstrookje kan variëren in grootte: van een langgerekte plantenbak met bloeiende struikjes tot een eenvoudig tuintje van slechts één stoeptegel breed met een klimplant.

Omdat een geveltuintje praktisch geen ruimte beslaat kan het werkelijk overal en in alle maten en vormen worden uitgevoerd, van eenvoudig tot complex, al naargelang je persoonlijke voorkeur.


GROEN IN DE STRAAT!

Vele mensen kennen het geluk niet over een eigen voor- of achtertuin te genieten. Een geveltuintje geeft hen toch de kans om zich uit te leven met de groene geest en groene vingers.

Een geveltuintje brengt een groene noot in de straat, kadert de huisgevel mooi in en geeft je woning een uitnodigende en originele uitstraling. Bovendien worden vogels en insecten zoals vlinders, lieveheersbeestjes en bijen aangelokt.

Een geveltuin verbetert de ganse leefomgeving, de belevingswaarde (geur, kleur, natuur,…) van de openbare ruimte, een schoner milieu en de woonkwaliteit, voor jezelf en voor alle inwoners van de straat.

 

STAPPENPLAN AANLEG

1. Aanvragen vergunning

Vooraleer je plannen werkelijkheid kunnen worden moet je eerst een aanvraag indienen bij de gemeentelijke overheid. De grond die je voor je geveltuintje gaat inpalmen is en blijft immers openbaar eigendom. Ook al staan gemeenten zeer positief tegenover geveltuinen, toch moet je een toestemming krijgen van de dienst van ruimtelijke ordening. Je zou kunnen stellen dat de gemeente je het stukje grond in bruikleen geeft om er een tuintje van te maken. Zij bepalen dus de randvoorwaarden: de maximale breedte en lengte van een geveltuin, de onderhoudsvoorwaarden, de maximale diepte van het plantvak,.. De ambtenaars lichten je graag tot in detail in over de gemeentelijke wetgeving inzake het aanleggen en onderhoud van geveltuinen.

2. Ontwerpje

Voordat je de schop ter hand neemt, maak je eerst een gedetailleerde ontwerpschets. Je gaat nadenken over de locatie en de vorm van het geveltuintje. Meet daarom de voorgevel van de woning op, met de inplanting van ramen, deuren en de ligging en de breedte van de stoep. Teken al deze gegevens schaalgebonden op papier.

Wil je de voordeur inkaderen met een klimmer, of enkel groen onder het raam voorzien, of heb je met je buur afgesproken om net op de scheiding een leuk groenelement in te planten... Elk doel vraagt om een andere aanpak... En elke aanpak verlangt een aangepast ontwerpje en planning!

Beschik je over een goede tekenhand, dan kan je een perspectief schetsen om het tuintje levensecht voor te stellen.

Vergeet de noordpijl op je schets niet aan te duiden, want de oriëntatie van de gevel bepaalt voor een groot deel de plantenkeuze!

3. Verwijder stoeptegel(s) of –klinker(s)

Wens je een mini-geveltuintje dan kan het al volstaan om slechts één enkele trottoirtegel weg te halen. Wil je echter een langgerekt geveltuintje, dan verwijder je een langere strook verharding. Je haalt net zoveel verharding weg als bij wet toegelaten en naar de gewenste grootte van het toekomstige geveltuintje. Stockeer de materialen die je uit de stoep breekt in de tuinberging of kelder want ze zijn de eigendom van de gemeente. Als je in de toekomst gaat verhuizen, dan ben je in theorie verplicht om de stoep in zijn oorspronkelijke staat achter te laten!

4. Uitgraven fundering

Straattegels liggen meestal in een fundering van wit zand. Planten hebben echter teelaarde nodig om te groeien dus de fundering moet eruit.

Je dient een gat te graven met een diepte van min. 25cm onder het maaiveldniveau. Onder trottoirs liggen vaak kabels en leidingen (telefoon, gas,…). Pas op dat je deze niet raakt tijdens de graafwerken. Indien er kabels aanwezig zijn, kan je eventueel opteren voor een verhoogde plantenbak.

5. Kantopsluiting voorzien

Een geveltuintje moet afgeboord worden. Het voorzien van een kantopsluiting gaat verzakkingen van de aansluitende stoeptegels voorkomen. Als opsluitband kan je de stenen gebruiken die je opgehaald hebt uit de stoep. Ze dienen dan rechtop en waterpas te staan in een bed van zandcement. Het is ook mogelijk om een rand te maken met azobélatten (hardhout) of met betonborduurtjes die op maat gezaagd of geslepen worden. De rand steekt bij voorkeur ietwat bovenuit het troittoir uit. Het voorkomt dat de grond vanuit de plantenbak overheen de stoep spoelt bij zware regenval, en verhindert dat er bladeren en ander vuil tussenin de planten waait.

6. Het gat opvullen met teelaarde

Het is van belang om het krappe plantvak te vullen met organisch verrijkte teelaarde omdat de wortelruimte er voor planten sowieso al zeer beperkt is. Zorg ervoor dat ontluchtingsroosters niet worden bedekt en blijf met de opvulgrond tot enkele centimeters onder de kantopsluiting. Zo blijft de aarde mooi in het plantvak en groeien de planten mooi tegenaan of overheen de kantopsluiting.

Tegenaan de gevel kan je een waterbestendige folie leggen die ervoor zorgt dat het regenwater niet in de muur dringt.

7. Aanplanten

Heb je een geschikt plantenassortiment gekozen, dan kan je het plantvak opvullen met je geliefde planten. Omdat bijna alle planten vandaag de dag in pot of container worden verkocht, heb je de mogelijkheid om het ganse jaar door aan te planten. Dompel, vooraleer je de plant in de grond neerpoot, de kluit eerst even in een emmer met water. Dit zorgt ervoor dat de plantwortels zich volzuigen met water en zich daardoor sneller thuis zullen voelen in hun nieuwe stekje.

De meeste klimplanten hebben een steun nodig. Je kan een stevig houten latwerk voorzien tegen de gevel, of oogvijzen in de muur plaatsen waardoor een metalen draad of stang de klimmer gaat leiden.

8. Afwerking

Je snoeit en leidt de klimplanten die werden aangeplant. Tracht enkele (of slechts één) hoofdtakken, of maw. het geraamte van de klimmer, te behouden. Zij gaan de zijtakken en de gehele klimplant dragen.

Kleine heestertjes knip je meteen na de aanplant volgens de regels van de snoeikunst. Overhangende takken mogen in geen geval de doorloopbaarheid voor voetgangers storen.

Topiary zoals buxus en beuk snoei je meteen in vorm nadat ze werden aangeplant. Het snoeien verkleint de bladmassa en laat de planten sneller aanslaan.

Als afwerkingslaag kan je schors, mulch, een turflaag of cacaodoppen tussen de plantenstengels verspreiden. Dit voorkomt onkruidgroei, snelle uitdroging van de bodem en beschermt de plantenwortels tegen strenge vorst.

a2hs_explain
a2hs_tap
a2hs_then